Willem van der Sluis wordt op 5 april 1910 geboren in Avereest (Overijssel) als zoon van arbeider en boerenknecht Jan van der Sluis (Staphorst 1880) en dienstmeisje Aaltje ten Hoeve (Avereest 1884). Hij heeft twee broers en drie zussen. Op 7 augustus 1942 trouwt hij met Gerritdina – Dien – Huiskes (Losser 1915), dochter uit een arm gezin van veenarbeiders. Het echtpaar vestigt zich in Bergentheim. Van der Sluis heeft een schildersbedrijf aan huis, met voor een winkel en achter een werkplaats met materiaal en verf. Via zijn schoonzus Arisje, getrouwd met Willems broer fietsenmaker Antoon, is Van der Sluis verwant aan Rademakersbroek-slachtoffer Gerrit Luichies uit Bergentheim.

De oorlog

In de oorlog zitten Van der Sluis (als enige uit zijn ouderlijk gezin) en zijn vrouw in het verzet, omdat ze zich betrokken voelen bij de mensen die worden vervolgd of gezocht. Ze nemen onderduikers in huis, zoals de Joodse garagehouder uit Wierden Sallie Lindeman, die 2,5 jaar bij het echtpaar woont. Hij maakt ‘s avonds in de werkplaats allerlei voorwerpen, bijvoorbeeld houten poppen die hij beschildert, net als de deur van de werkplaats. Een andere onderduiker uit Wierden, knokploeglid Gerhard Niezink, is af en aan bij het echtpaar in huis als de grond hem thuis door verzetsactiviteiten te heet onder de voeten wordt. Ook Engelse piloten zijn kortere of langere tijd te gast. Van der Sluis helpt met de droppings bij Stegeren en regelt transport en opslag van wapens. Ook lakt hij gestolen Duitse auto’s over en is met andere mannen uit de omgeving betrokken bij de verspreiding van Trouw. “Hij hielp als er wat te doen was overal aan mee,” zal een mede-verzetsstrijder na de oorlog getuigen. Hij was “een prima kracht in de ondergrondse beweging en stond steeds klaar als er iets moest gebeuren.” In oktober 1943 komt een dochter ter wereld die de bevalling niet overleeft, maar op 15 december 1944 wordt Wilna geboren (haar naam is een samentrekking van de namen van haar ouders). Binnen een maand na haar geboorte op 12 januari valt de SD echter binnen en wordt Van der Sluis gearresteerd, net als elf andere mannen uit de omgeving van Hardenberg: de zogenaamde Trouw-groep. Via Kamp Erika in Ommen belandt Van der Sluis in de gevangenis in Almelo. Zijn vrouw mag een keer met hun dochter in de reiswieg op bezoek komen. Willem vraagt dan of Wilna gedoopt kan worden, mocht hij niet meer thuis komen. Van der Sluis is actief gelovig, Nederlands-hervormd, maar Dien niet. De doop zal plaatsvinden in oktober 1945. Willem wacht De Kruisberg.

Willems vrouw zal nooit over de oorlogsjaren en het verlies van haar man heen komen, hoewel ze zich in praktisch opzicht prima met haar dochter redt. Als ‘Weduwe W. van der Sluis Galanterieën’ heeft ze in Bergentheim een grote winkel van sinkel en praat nauwelijks over het verleden. Maar de rest van haar leven heeft Dien het idee dat ze – op dochter Wilna na – overal alleen voor staat. Het meisje krijgt emotioneel weinig ruimte en moet haar moeder geruststellen als ze last heeft van nachtmerries, waarin oorlogsherinneringen opduiken. Wilna zal de kinderen van de andere gefusilleerde mannen uit de omgeving pas later als volwassene leren kennen. Want Dien stuurt haar dochter naar een openbare school in Brucht in plaats van de christelijke school in Bergentheim. Bovendien waren de meeste leden van de Trouw-groep gereformeerd en niet Nederlands-hervormd. Diens jongere broer Geert neemt aanvankelijk Willems schilderbedrijf over, maar hij stopt als hij trouwt; tot de ontzetting van zijn zus met een meisje uit een NSB-gezin. Heeft Dien haar oudere broer in de oorlog verloren bij een bombardement op een trein in Duitsland, haar jongere broer pleegt uiteindelijk zelfmoord. Ook met de schoonfamilie wil het niet goed boteren, hoewel Willems broer Antoon haar dochters voogd is. Wilna zal vanaf haar 40e op zoek gaan naar wie haar vader eigenlijk was. Het uitdragen van zijn verhaal en het verzetswerk van haar ouders wordt haar levensmissie en ze krijgt – met de oorlog in gedachte – een grote affiniteit met het jodendom en Israël. Uiteindelijk zorgt Wilna dat haar vader en moeder in 2018 postuum worden onderscheiden door het Yad Vashem.

Leer Willem van der Sluis kennen