Op 20 augustus 1902 wordt Petrus Johannes (roepnaam Piet) de Kok in Wouw (Noord-Brabant) geboren als zoon van timmerman Marinus Johannes de Kok (Wouw 1857) en Anna Maria van de Watering (Wouw 1863). Het gezin telt 13 kinderen. Op 7 juli 1925 trouwt hij in Amersfoort met Maria (roepnaam Marie) Vieleers (Breda 1903). Het echtpaar krijgt twee zoons: Marinus (1926) en Bertus (1929). In 1926 begint De Kok als accountant een eigen kantoor in de Hofkampstraat in Almelo, dat in 1936 verhuist naar een villa in de Bornsestraat 96, waar het gezin ook woont. De Kok zit namens de Rooms-Katholieke Staatspartij in de gemeenteraad en doet ook mee aan de Statenverkiezingen.

De oorlog

In de oorlog heeft Piet de Kok een leidende rol in het verzet, maar is erg gesloten over zijn illegale werk. Hij beschikt over goede contacten met verschillende fabrikanten en zakenmensen, die hem geld geven voor onderduikers en andere verzetsactiviteiten. De Kok heeft veel contact met het Nationaal Steunfonds. Hij verzamelt een groep mensen om zich heen die samen met hem verzetswerk verrichten. Er wordt overlegd bij De Kok aan huis en er zijn regelmatig logees. Ook al behoort Piet tot de notabelen van Almelo, hij hoeft niet als gijzelaar naar het kamp Beekvliet in het Brabantse Sint Michielsgestel. Een arts heeft namelijk pleuritis (een ontsteking van het longvlies of borstvlies) bij hem vastgesteld, wat voor de Duitsers voldoende reden is om hem met rust te laten. De Koks openlijk anti-Duitse houding zorgt er wel voor dat de SD hem een keer oppakt en vastzet in Arnhem. Op maandag 11 september 1944 – na Dolle Dinsdag – moet de familie verhuizen, omdat de SD het pand vordert en tot haar hoofdkantoor maakt (tot die dat moment had Almelo geen eigen SD). Alleen wat voedsel en kleding mag worden meegenomen. De Kok is op dat moment voor zaken buiten de stad en besluit dat het te riskant voor hem is om naar huis te gaan. Per telefoon geeft hij aanwijzingen aan zijn oudste zoon en personeelsleden welke dossiers en mappen moeten verdwijnen. Vooral de informatie over een Twentse Courant, die in oprichting is, mag niet worden gevonden. De Sicherheitsdienst, Sicherheitspolizei en de SS vestigen zich allemaal aan de Bornsestraat. Het kantoor verhuist naar de Adastraat. Het gezin De Kok strijkt neer in hun zomerhuisje in het Nijreesbos. Najaar ’44 werkt Piet zeer waarschijnlijk achter de schermen mee aan de grote bankroof in Almelo van 15 november 1944. Zijn kinderen merken dat hij in die tijd erg nerveus is en veel bezoek krijgt van de SD, die van alles zoekt en controleert. De plaatselijke KP maakt bij de roof 46,1 miljoen gulden buit. Helaas worden uiteindelijk vijf verzetsstrijders gearresteerd en het geld teruggevonden. Rond de jaarwisseling moet het gezin weer op zoek naar een andere woning, omdat er een V1-startbaan bij het Nijreesbos is gepland. Een nieuw huis vinden ze in de Zwanebloemstraat, omdat een spoorwegman met zijn gezin is ondergedoken wegens de spoorwegstaking. Wanneer op 16 februari 1945 vlakbij een V1 neerstort betekent dat nog een verhuizing. De Kok is dan inmiddels eind januari op zijn nieuwe kantoor gearresteerd.

Diverse malen hebben de Duitsers bij De Kok invallen gedaan, maar steeds is hij de dans ontsprongen, totdat hij op 25 januari 1945 wordt opgehaald omdat hij een inventarisatielijst zou moeten controleren. Hij zal nooit meer terugkeren. Op 2 februari – de verjaardag van zijn vrouw – verhoort de SD hem zeer zwaar in zijn voormalige kantoor en woning aan de Bornsestraat. “Het eerste verhoor moet verschrikkelijk zijn geweest”, hoort De Koks zwager na de oorlog van een medegevangene, die met Piet zelf heeft gesproken (bron: aanmeldformulier Erelijst). De Bornsestraat 96 is dan inmiddels een beruchte plek geworden. Verzetsmensen worden er gevangen gehouden en tijdens verhoren gemarteld. Hun initialen krassen ze op de houten zolder, net als de SS-bewakers die onder andere afkomstig zijn uit België, Hongarije en Oekraïne. Na de SD volgt voor De Kok het huis van bewaring in Almelo en op 25 februari 1945 wordt hij overgebracht naar De Kruisberg in Doetinchem. Begin april wordt Almelo bevrijd, maar Piet zal niet aantreden als wethouder, zoals tegen het einde van de oorlog was gepland. Op 30 april hoort de familie van zijn overlijden. Eerste medewerker Ton Tempelman zet het accountantskantoor voort. De Koks weduwe zal na een paar jaar met hem trouwen. Zoon Marinus treedt in 1950 in de voetsporen van zijn vader. Over zijn tienerjaren in de oorlog wil hij niet veel kwijt. Ook Piets kleinzoon Teun zal bij het kantoor in dienst treden. Het bedrijf bestaat nog steeds, gevestigd aan de Bornsestraat 96.

Leer Petrus Johannes de Kok kennen