Op 21 januari 1921 wordt Luther Anne Elise Kortlang in Ermelo geboren als zoon van architect Johannes Evert Wilhelm Gijsbrecht Kortlang (Velp, gemeente Rheden 1888) en Annie Wilhelmina Elizabeth Mulder (Aalten 1892). Het gezin Kortlang telt zeven kinderen: Petronella (1915), Fokko (1917), Joannes (1919), Luther, Annie (1923), Henrique (1924) en Stien (circa 1930). Tot september 1943 gaat Kortlang naar de Koloniale Landbouwschool in Deventer, omdat hij net als zijn broer Fokko naar Indië wil. Zijn vader wordt in de oorlog als architect erg gedupeerd, omdat hij niet voor de Duitsers wil werken. Daarom is hij ook verzekeringsagent, net als Luthers broer Joannes.

De oorlog

Vanaf augustus 1942 gaat Kortlang – met medeweten van zijn vader – in het verzet. Hij wil de Duitsers niet ongestraft hun gang laten gaan, Nederland helpen bevrijden en daarna naar Indië gaan, waar zijn broer vanaf 1942 krijgsgevangene van de Japanners is. Luther verricht koeriersdiensten, is lid van de inlichtingendienst in Ermelo en werkt veel samen met zijn neef Kees Kortlang, die in dezelfde plaats woont. Vanaf eind 1943 staat Kortlang onder direct gezag van de gewestelijke commandant Piet van de Veluwe, schuilnaam voor rijksveldwachter Berend Dijkman uit Ermelo. Deze zal helaas in november 1944 worden opgepakt en ook zijn archief wordt daarbij ontdekt. Bovendien zal Dijkman in handen van de SD doorslaan en noodgedwongen – vermoedelijk psychisch geknakt – helpen met het letterlijk aanwijzen en oppakken van mede-verzetsstrijders. Hij wordt op 29 maart 1945 als represaille op de heide bij Wierden samen met 19 andere Todeskandidaten gefusilleerd.

De vondst van Dijkmans uitgebreide archief is zeer waarschijnlijk fataal voor de familie Kortlang, want een briefje met de vraag “Waar zijn de piloten van L. Kortlang gebleven?” zou op 26 januari 1945 hebben geleid tot een inval van de SD bij de gezinnen van Kees en Luther. De vader van Kees heet namelijk ook L(uther) Kortlang. Hij wordt gearresteerd, maar Kees weet te ontkomen en waarschuwt zijn neef. De jongemannen houden zich schuil, maar Kortlangs vader en oudere broer Joannes (die zich niet heeft gemeld voor de Arbeitseinsatz) worden thuis als gijzelaars voor hem gearresteerd, terwijl ze niks met het verzet te maken hebben. Vader Kortlang was juist zeer voorzichtig. Beiden worden gevangen gezet in de Willem III-kazerne te Apeldoorn. Zus Annie brengt Luther vervolgens naar een onderduikplek, maar bij terugkomst op de Wilhelminalaan wordt zij zelf met haar moeder en zus Petronella gearresteerd. De SD sommeert Kortlang zich te melden bij de Jan van Schaffelaerkazerne in Ermelo, anders wordt het huis in brand gestoken en blijft zijn familie gevangen. Hij geeft gehoor aan de oproep en meldt zich op 27 januari, maar alleen zijn oom wordt vrijgelaten; op 24 februari gevolgd door zijn moeder en zussen. Luther wordt overgebracht naar de Willem III-kazerne en in de hoop zijn familie vrij te pleiten bekent hij dat er piloten zijn ondergedoken bij de familie Van Geen op Huize Bijstein en bij het gezin Townsend in Ermelo. Hierop worden Henri van Geen en zijn vriend Wiete Rengers vanuit Kamp Amersfoort teruggehaald naar Apeldoorn. Bij een vluchtpoging wordt Rengers doodgeschoten. Ook de broers Townsend worden gearresteerd en een van hen belandt bij Luther in de cel, die hem om vergiffenis smeekt. De broers weten uit de kazerne te ontsnappen, maar Kortlang wil niet mee. Wederom hoopt hij zo zijn familie te redden. De SD is echter onverbiddelijk: Luther en Van Geen belanden in De Kruisberg in Doetinchem en worden gefusilleerd bij het Rademakersbroek. Vader Kortlang en Joannes worden op 8 maart gefusilleerd bij Woeste Hoeve, als vergelding voor de aanslag op Rauter van 6 maart. Een van de zussen Kortlang zal boer Kraaijenbrink in juni 1945 een brief schrijven in de hoop nog wat informatie te verkrijgen over de laatste momenten van haar broer. Het gezin Kortlang is voor de rest van hun leven getekend.

Leer Luther Anne Elisa Kortlang kennen