Jan Wijngaarden wordt op 6 juni 1920 geboren in Staphorst als zoon van politieagent en jager Harm Wijngaarden (Staphorst 1875) en Jantje Kleine (De Wijk 1879). Het echtpaar is op 6 januari 1900 in Staphorst getrouwd. Wijngaarden heeft een oudere broer Harm (1900) en meerdere zussen: Jentiena (1903), Grietje (1908) en Roelofje (1911). Het gezin woont naast Staphorst een tijd in Meppel.

De oorlog

In de oorlog zit Wijngaarden bij de marechaussee, die politietaken uitvoert. Jan werkt bij de gemeentepolitie in Amsterdam en wordt ook wachtmeester in Putten, waar hij zich in de loop van de oorlog verlooft. Ook gaat hij daar in het verzet en zit bij een knokploeg. Wijngaarden doet mee aan overvallen op distributiekantoren en vervoert en begeleidt in Nederland gestrande piloten op hun vluchtweg. Hij werkt veel samen met zijn vriend uit Staphorst politierechercheur Jan Boldewijn (1920), zoon van schoolhoofd Arend Boldewijn. Die laatste wordt op 29 september 1943 gruwelijk om het leven gebracht als slachtoffer van de Aktion Silbertanne, waarbij Nederlandse SS’ers en oostfrontveteranen tussen september 1943 en september 1944 politieke tegenstanders vermoorden als vergelding voor aanslagen op Nederlandse collaborateurs. Arend Boldewijn wordt gedood, omdat zijn zoon Jan in  Meppel bij een knokploeg zit en een van de drie verzetsmensen is die op 31 juli 1943 fabrikant en NSB’er Willem Reilingh uit Zuidlaren heeft geliquideerd. Boldewijn is lid van de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) en beschikt voor zijn verzetswerk over meerdere persoonsbewijzen. Hij is betrokken bij de aanslag op het gemeentehuis van Stadskanaal op 11 juni 1943 en bovendien is hij net als Wijngaarden actief in de pilotenhulp. Soms brengt Boldewijn vliegeniers vanuit het noorden van Nederland helemaal naar Hilvarenbeek, onder Tilburg, of zelfs naar België. Als hij wordt gezocht duikt hij onder in Ermelo. Wijngaarden bezorgt hem een marechaussee-uniform als vermomming en zo kan Boldewijn verder met zijn illegale activiteiten. Tegen het einde van de oorlog woont Jan Wijngaarden op Molenstraat 10 in het  stadje Delden bij Hengelo (Overijssel) en zit hij ook bij de koeriers- en inlichtingendienst Rolls Royce, net als Rademakersbroek-slachtoffers Oswald Assmann uit Amersfoort, Leendert Hohoff uit Amsterdam en Bert Schaftenaar en Jan Schutten uit Harderwijk. Rolls Royce is opgericht in september 1944 om de spoorwegstaking te omzeilen en te helpen bij de bevrijding van Nederland door bewegingen van Duitse troepen te documenteren. Ook is Wijngaarden lid van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Begin 1945 wordt Jan Wijngaarden in Putten aan de Prins Hendrikweg gearresteerd in het huis waar zijn verloofde is ondergedoken. De SD onderwerpt hem aan zwaar verhoor en uiteindelijk komt Jan vast te zitten in De Kruisberg in Doetinchem. Na de oorlog wordt hij begraven in Meppel bij een monument voor 21 verzetsstrijders, actief in Drenthe. Wijngaarden staat ook vermeld op het Marechaussee-monument in Apeldoorn uit 1949 voor leden van de Koninklijke Marechaussee en het Korps Politietroepen, die in de oorlog of tijdens de politionele acties in Indonesië zijn gesneuveld. Jan Boldewijn is tot eind jaren zeventig rechercheur bij de politie in Putten.

Leer Jan Wijngaarden kennen