Jan Wijngaarden wordt op 6 juni 1920 geboren in Staphorst als zoon van politieagent en jager Harm Wijngaarden (Staphorst 1879) en Jantje Kleine (De Wijk, Drenthe 1879). Het echtpaar is Nederlands-hervormd en op 6 januari 1900 in Staphorst getrouwd. Wijngaarden heeft een oudere broer Harm (ca. 1901) en twee zussen: Grietje (Meppel 1908) en Roelofje (Meppel 1911). De familie woont naast Staphorst ook lange tijd in het Drentse Meppel. Broer Harm wordt koetsier en trouwt in 1924 in Den Haag. Jan wil bij de Koninklijke Marine en volgt zijn opleiding in Den Helder.

De oorlog

Op 21 juni 1940 verhuist Wijngaarden vanuit Den Helder naar de kazerne aan de Grote Kattenburgerstraat 19 bij het Marineterrein in Amsterdam. Hij gaat bij de marechaussee, die in juli 1940 het predicaat ‘koninklijk’ en de militaire status heeft verloren en overgaat in de burgerpolitie. Wijngaarden wordt wachtmeester bij de marechaussee in Putten, waar hij zich in de loop van de oorlog verloofd. Ook gaat hij daar in het verzet en zit bij een knokploeg. Jan doet mee aan overvallen op distributiekantoren en vervoert en begeleidt in Nederland gestrande piloten op hun vluchtweg. Wijngaarden werkt veel samen met zijn vriend uit Staphorst politierechercheur Jan Boldewijn (1920), zoon van schoolhoofd Arend Boldewijn. Die laatste wordt op 29 september 1943 gruwelijk om het leven gebracht als slachtoffer van de Aktion Silbertanne, waarbij Nederlandse SS’ers en oostfrontveteranen tussen september 1943 en september 1944 politieke tegenstanders vermoorden als vergelding voor aanslagen op Nederlandse collaborateurs. Arend Boldewijn wordt gedood, omdat zijn zoon Jan in  Meppel bij een knokploeg zit en een van de drie verzetsmensen is die op 31 juli 1943 fabrikant en NSB’er Willem Reilingh uit Zuidlaren heeft geliquideerd. Boldewijn is lid van de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) en beschikt voor zijn verzetswerk over meerdere persoonsbewijzen. Hij is betrokken bij de aanslag op het gemeentehuis van Stadskanaal op 11 juni 1943 en bovendien is hij net als Wijngaarden actief in de pilotenhulp. Soms brengt Boldewijn vliegeniers vanuit het noorden van Nederland helemaal naar Hilvarenbeek, onder Tilburg, of zelfs naar België. Als hij wordt gezocht duikt hij onder in Ermelo. Wijngaarden bezorgt hem een marechaussee-uniform als vermomming en zo kan Boldewijn verder met zijn illegale activiteiten. Tegen het einde van de oorlog woont Jan Wijngaarden op Molenstraat 10 in het  stadje Delden bij Hengelo (Overijssel) en zit hij ook bij de koeriers- en inlichtingendienst Rolls Royce, net als Rademakersbroek-slachtoffers Oswald Assmann uit Amersfoort, Leendert Hohoff uit Amsterdam en Bert Schaftenaar en Jan Schutten uit Harderwijk. Rolls Royce is opgericht in september 1944 om de spoorwegstaking te omzeilen en te helpen bij de bevrijding van Nederland door bewegingen van Duitse troepen te documenteren. Ook is Wijngaarden lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, Gewest 4, in Delden.

Begin 1945 wordt Jan Wijngaarden in Putten aan de Prins Hendrikweg gearresteerd in het huis waar zijn verloofde is ondergedoken. De SD onderwerpt hem aan zwaar verhoor en uiteindelijk komt Jan vast te zitten in De Kruisberg in Doetinchem. Na de oorlog wordt hij begraven in Meppel bij een monument voor 21 verzetsstrijders, actief in Drenthe. Wijngaarden staat ook vermeld op het Marechaussee-monument in Apeldoorn uit 1949 voor leden van de Koninklijke Marechaussee en het Korps Politietroepen, die in de oorlog of tijdens de politionele acties in Indonesië zijn gesneuveld. Ten slotte staat hij op het oorlogsmonument in Staphorst, opgericht voor 42 inwoners die tijdens de bezetting door oorlogshandelingen zijn omgekomen en voor alle Nederlanders die gevangen hebben gezeten in de kampen Beugelen, Conrad en ’t Wiedegat (gevestigd in de gemeente Staphorst). Jan Boldewijn is tot eind jaren zeventig rechercheur bij de politie in Putten.

Leer Jan Wijngaarden kennen