Op 9 januari 1923 wordt Jacobus Franciscus Gerrit Bouwman geboren als zoon van kleermaker Jacobus Franciscus Bouwman (Den Haag 1889) en Maria Elisabeth van Speijk (Schiedam 1892) aan de Laan van Meerdervoort 460 in Den Haag. Zijn ouders zijn in 1922 getrouwd en het is het tweede huwelijk van zijn moeder Mies. Bouwman wordt boomkweker. Hij volgt de Handelsschool en daarna de Rijkstuinbouwschool in Boskoop, want hij wil in Canada gaan werken.

De oorlog

In de oorlog zit Bouwman in het verzet bij een knokploeg. Thuis weten ze dat hij illegaal werk doet, maar niet precies wat, omdat Jacob erg gesloten is. Volgens zijn vader had hij “één doel…in de oorlog en dat was iets te (kunnen) doen voor de Vrijheid” (bron: aanmeldformulier Erelijst). Vanaf september 1944 zit Bouwman in Den Haag bij de Binnenlandse Strijdkrachten, gewest 5. Op 1 februari 1945 wordt hij in Lienden (Gelderland) gearresteerd. Zijn ouders menen na de bevrijding dat hij daar begin januari is opgepakt, met als reden dat hij naar bevrijd gebied probeerde te komen. Maar Jacob zit in de winter van ‘44-’45 in het verzet in de Betuwe. Hij is dan lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, gewest 8, Lienden. Via zijn contacten als boomkweker en leerling van de Rijkstuinbouwschool in Boskoop zal hij waarschijnlijk in dit fruitteeltgebied zijn beland. In Geldermalsen zijn de Land- en Tuinbouwschool naast elkaar gevestigd. Directeur Leo Lievense van de eerste opleiding en zijn vrouw Jet zitten diep in het verzet. Tussen de scholen in ligt de directiekeet van de Nederlandsche Heidemaatschappij, waar Johannes van Zanten uitvoerder is. Hij is de leider van de KP Betuwe. Najaar 1944 is de Betuwe overgangsgebied tussen bezet Nederland en de geallieerde stellingen. Van Zanten en zijn mannen verkennen de Duitse linies, om ‘s nachts getekende kaarten met informatie over de Duitse stellingen over de Waal naar de geallieerden te brengen.

Vanaf november 1944 raken de dorpen in de Betuwe onbewoond, omdat de inwoners moeten evacueren. En om de opmars van de geallieerden tegen te houden, blazen de Duitsers op 2 december een deel van de dijk bij Elden – onder Arnhem – op. Daardoor komt de hele Betuwe onderwater te staan, maar de knokploeg van Van Zanten (hij wordt opgepakt en begin december gefusilleerd) blijft actief in het gebied. Bouwman kan zich eind december bij hen hebben aangesloten. De kern van het dorpje Lienden blijft droog en dit is ook de plek waar Jacob op 1 februari 1945 wordt gearresteerd. Hij wordt in Velp drie tot vier maal per dag zwaar verhoord, omdat de Duitsers denken dat hij een Engelse spion is. Dit is het laatste dat zijn ouders, naast zijn doodsbericht, van of over hun zoon zullen horen. Bouwmans weg eindigt in De Kruisberg. Pas op 20 juni zullen zijn vader en moeder horen dat hij niet meer leeft. Jacobs laatste rustplek is op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.

Leer Jacobus Franciscus Gerrit Bouwman kennen