Op 21 september 1897 wordt IJsbrand Willem den Drijver geboren in Loosduinen bij Den Haag, vlakbij het Westland, als zoon van warmoezier – teler en verkoper van moesgroenten – Leendert Adrianus den Drijver (Loosduinen 1871) en Aleida Cornelia Bogaards (Hazerswoude 1870). Hij heeft vier broers (Toon, Leen, Piet en Bas) en een zus. Den Drijver is het derde kind. Hij wordt tuinder, koopman en groentehandelaar. In de Eerste Wereldoorlog wordt hij gemobiliseerd in de buurt van Vriezenveen (ten noorden van Almelo) en zo leert hij zijn toekomstige echtgenote Hendrika Jansen (Vriezenveen 1904) kennen. In 1927 trouwt het paar. Aanvankelijk wonen ze in zijn vrouws geboorteplaats, totdat de Nederlands-hervormde dominee Poldervaart, bij wie Hendrika in het huishouden werkt, terug naar het westen verhuist; dan gaan ze met hem mee. De drie oudste kinderen worden in Loosduinen geboren, maar in juli 1933 verhuist de familie Den Drijver weer naar Vriezenveen, om daar een eigen zaak in groente, vis en fruit te beginnen. Met hun uiteindelijk 11 kinderen (8 jongens en 3 meisjes) wonen IJsbrand en Hendrika op Molenstraat 29. In schuren bij het huis ligt de voorraad, die wordt uitgevent in het dorp. Den Drijver heeft ook twee vaste kramen.

De oorlog

In de oorlog zit Den Drijver in het verzet. Hij luistert vaak naar de radio, noteert de gecodeerde berichten van Radio Oranje en geeft ze door. Of hij is op pad om onderduikers te helpen of mee te doen aan sabotageacties. Zijn kinderen zien hem niet veel. De familie Den Drijver heeft zelf ook onderduikers, op de zolder van de schuur. Het zijn zo’n vijf mannen, vaak uit het westen, die tijdelijk onderdak nodig hebben, omdat ze in het verzet zitten of aan moeten sterken, want in Vriezenveen is er genoeg te eten. Het gezin gaat ook vaak met een bakfiets vol eten richting familie in Den Haag. Een buurman – Derk Smoes, leider van de knokploeg in Almelo – is initiatiefnemer van de grote bankoverval in Almelo op 15 november 1944. En Den Drijver zou daar ook indirect bij betrokken zijn geweest.

Maar op 3 februari 1945 vallen de Duitsers de woning van het gezin binnen: Den Drijver is mogelijk verraden door een man uit de straat. Hendrika krijgt klappen en IJsbrand komt van boven, waar hij naar de radio luistert. De kinderen zullen hem nooit meer terugzien. Via het huis van bewaring in Almelo belandt hij in De Kruisberg. Op 3 maart hoort zijn gezin dat hij is gefusilleerd. Hendrika blijft achter met elf kinderen, waarvan de oudste 17 is. Drie kinderen wonen een paar jaar in Loosduinen bij ooms en tantes, maar 4 jaar na de oorlog is de familie weer herenigd. Hendrika zal nooit hertrouwen. Over haar man praat ze niet. Het draaiend houden van de zaak en doorgaan staan in het gezin voorop.

Leer IJsbrand Willem den Drijver kennen