Op 25 februari 1914 wordt Hermannes Schuurman geboren in Bergentheim als zoon van boer en klompenmaker Jan Schuurman (Bergentheim 1879) en Gesina Bolks (Brucht 1885). Hij heeft een oudere broer Gerrit (1911) en zus Hermina (1912), maar nog voor Schuurman volwassen is overlijden zijn moeder (in 1918), Gerrit (in 1924) en Hermina (in 1930). Zijn vader hertrouwt in 1935 en Mans krijgt twee veel jongere halfbroers. Hij woont in Bergentheim.

De oorlog

In de oorlog is Schuurman – net als de met hem gefusilleerde Albert Bols – controleur bij de plaatselijke bureauhouder van de Landbouw Crisis Organisatie: in 1933 opgericht door het Ministerie van Landbouw vanwege het stopzetten van de import van vlees- en zuivelproducten door Duitsland, waardoor overproductie dreigde. De LCO – verdeeld in Provinciale Crisis Organisaties – voert maatregelen uit om dit voorkomen. In de zomer van 1939 gaat veevoer op de bon en in de oorlog moet de levering van brood, boter, kaas, suiker en vlees aan grossiers worden verzorgd. Ieder jaar op 1 januari krijgen boeren een aanslag om verdeeld over het jaar een hoeveelheid voedsel te leveren. Als opzichter controleert Schuurman dit en bestrijdt zwarte handel. Hij is lid van de Raad van Verzet en de Binnenlandse Strijdkrachten, groep Bergentheim (Salland) en werkt nauw samen met zijn collega Bols. Mans biedt hulp aan onderduikers (hij verzorgt bonkaarten en regelt duikadressen), zit bij de Trouw-groep van Derk te Rietstap, vervoert wapens en doet mee aan droppings bij het Stegerse veld. Samen met Bols probeert hij op 11 januari in de pastorie van dominee Dijkhuis verdachte papieren op te ruimen, maar ze worden betrapt. Beiden weten te ontvluchten, maar ze moeten hun fiets met adresplaatje achterlaten. Hierdoor weten de Duitsers hen te vinden. Schuurman wordt later die dag in het huis van zijn vader opgepakt en net als Bols vastgezet in Kamp Erika. Het zware verhoor van de mannen zal de volgende dag leiden tot het oppakken van een reeks andere verzetsstrijders uit de omgeving van Hardenberg. De hele groep belandt via Kamp Erika in de gevangenis in Almelo en op 21 februari in De Kruisberg.

De avond voor de overplaatsing naar De Kruisberg schrijft Schuurman een brief aan zijn huisgenoten en verloofde Fenna Dorman (Bruchterveld 1916), waaruit deze citaten komen: “Geliefde huisgenoten en Fenna…Vanmorgen kregen wij in een keer bericht, dat wij morgen vroeg om 5 uur op transport worden gesteld… Waar het naartoe gaat weten wij niet. Of het Duitsland is of een andere gevangenis ik weet het niet. Het geeft wel een beetje een onrustig gevoel, zoon reis met onbekende bestemming maar ik heb een goed vertrouwen dat ook God in dezen weg mij leiden wil… Hoe lang het duren zal voor we elkaar terug mogen zien, moeten jullie en ik geduldig afwachten… Ik heb het ten minste in mij gevoeld en ondervonden dat ik nooit alleen ben. Dat geeft je onder alle omstandigheden toch een veilig en rustig gevoel… Ik hoop dat ik spoedig in gezondheid terug mag keeren, en allen in goeden welstand aan mag treffen. Ik moet eindigen, ze staan op dezen brief te wachten, vergeet mij niet vooral niet in uw gebed allen de hartelijke groeten. Tot weerziens, Mans”.

Leer Hermannes Schuurman kennen