Gerrit Toerse wordt op 13 oktober 1919 geboren in Almelo als zoon van pakhuisknecht Gerrit Jan Toerse (Dalfsen 1879) en naaister Gesina Hopster (Vriezenveen 1882). Het gezin telt zes kinderen: drie jongens en drie meisjes. Gerrit is grondwerker en trouwt in 1938 met de 16-jarige Auwerdina – Dieni – Jacoba Grietina Grob (Almelo 1922). Het echtpaar is katholiek, woont op Heetveldsweg 5 in Almelo en krijgt drie kinderen: Sientje (1940), Trientje (1942) en Gerrit (1945). Die laatste wordt op 5 januari geboren als Toerse al is opgepakt en hij zal zijn zoon nooit zien. De zus van Toerse, Anna, is getrouwd met Chris Brummer – grondwerker en straatveger – die met Gerrit samen gefusilleerd zal worden bij het Rademakersbroek.

De oorlog

In het laatste oorlogsjaar woont er een Duitse soldaat (waarschijnlijk gedeserteerd) in hetzelfde gebouw als het gezin van Gerrits zus Anna. Deze militair heeft een relatie met de jongste zus van haar echtgenoot – Grietje Brummer – en vordert op straat op eigen houtje verschillende goederen, zoals een fiets die hij aan Brummer geeft. Die verkoopt het rijwiel door aan zijn zwager Toerse. Als de relatie uitraakt gaat Grietje, waarschijnlijk zwanger, naar de Duitse autoriteiten. Vervolgens worden Toerse en Brummer vermoedelijk in december 1944 beiden gearresteerd: de eerste voor heling, de tweede voor rijwieldiefstal. Bovendien vinden de Duitsers bij de inval in Brummers woning zwarte handel (boter en leverworst), die van zijn moeder afkomstig is. Ook voor het huis van het gezin Toerse stopt een zwarte auto, die vader voorgoed meeneemt. De SD’ers lopen in huis doelgericht op een hoog kastje af waar ze wat uithalen, waarschijnlijk vlees. Gerrit wordt opgepakt en samen met Brummer gevangengezet in het huis van bewaring in Almelo. Als Dieni haar echtgenoot met de baby wil bezoeken zijn de mannen al naar De Kruisberg in Doetinchem getransporteerd. Noch Toerse noch Brummer zou in het verzet hebben gezeten. De families weten dat Grietje Brummer ze heeft verraden.

Op 28 april 1945 wordt Gerrit Toerse ’s ochtends om 10:15 herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Almelo (nu ‘t Groenedael). Omdat de bodem van de grafkist doorbuigt onder het gewicht en haar man niet zwaar was, denkt Dieni dat dit Gerrit niet kan zijn en loopt weg. Brummers dochter is na de bevrijding getuige hoe haar tante Grietje als kaal geschoren ‘moffenmeid’ samen met zo’n 20 andere vrouwen op een balkon moet paraderen. Op 19 mei wordt Chris Brummer op de Algemene Begraafplaats in Almelo begraven. Gerrits oudste dochter Sientje moet in 1946 naar een sanatorium in Enschede, waar ze 6 jaar zal blijven. Haar moeder Dieni hertrouwt in september 1947 met een 22 jaar oudere man. Er is in die jaren nog geen weduwe- en wezenpensioen. Met haar nieuwe echtgenoot zal ze nog 12 kinderen krijgen. Ook haar schoonzus Anna, Brummers weduwe, hertrouwt. Beide gezinnen gaan wonen in de Spreeuwenstraat: Dieni op nummer 140, Anna op nummer 126. Eind november 1951 schrijft burgemeester van Almelo Jan Marie van Ravesloot in een brief aan de Oorlogsgravenstichting in Den Haag dat hij de straf van de vier gefusilleerde mannen afkomstig uit Almelo – waaronder Toerse en Brummer – niet in proportie vindt met de door hen gepleegde misdaden. “Naar aanleiding van Uw bovenvermeld schrijven deel ik U mede, dat van de door U genoemde personen G.H. ten Voorde en W.H.G.C. van den Heuvel door de Feldgendarmerie werden gearresteerd wegens zwarte handel, C.L. Brummer wegen rijwieldiefstal en G. Toerse wegen heling. Uiteraard staat de door de Duitsers op hen toegepaste maatregel in geen verhouding tot de door hen gepleegde misdrijven en moet dan ook in hun geval worden gewaagd van een ten offer vallen aan de Duitse terreur.” 75 jaar later is het voor dochter Trientje – 3 jaar toen haar vader werd opgepakt – nog altijd pijnlijk om over dit verlies te praten.

Leer Gerrit Toerse kennen