Gerrit Toerse wordt op 13 oktober 1919 geboren in Almelo als zoon van pakhuisknecht Gerrit Jan Toerse (Dalfsen 1879) en naaister Gesina Hopster (Vriezenveen 1882). Het gezin telt zes kinderen: drie jongens en drie meisjes. In de oorlog woont Toerse op Heetveldsweg 5 in Almelo. Hij is grondwerker en getrouwd met Auwerdina – Dine – Jacoba Grietina Grob (Almelo 1922). Het echtpaar krijgt drie kinderen: een zoon is naar Gerrit vernoemd. De zus van Toerse, Johanna, is de vrouw van Chris Brummer – grondwerker en straatveger – die met hem samen is gefusilleerd bij het Rademakersbroek.

De oorlog

De laatste maanden van de oorlog woont in hetzelfde gebouw als het gezin Brummer een Duitse soldaat (waarschijnlijk gedeserteerd), die een relatie heeft met Brummers jongste zus Grietje. Deze militair vordert op eigen houtje verschillende goederen, zoals een fiets die hij aan Brummer geeft. Die verkoopt het rijwiel door aan zijn zwager Gerrit. Als de relatie uitraakt gaat Grietje, waarschijnlijk zwanger, naar de Duitse autoriteiten. Vervolgens worden Toerse en Brummer gearresteerd: de eerste voor heling, de tweede voor rijwieldiefstal. Bovendien vinden de Duitsers bij de inval in Brummers woning zwarte handel (boter en leverworst), die van zijn moeder afkomstig is. En zo belanden beide mannen in De Kruisberg. Volgens Brummers dochter Grietje had haar vader niks met het verzet te maken. Een oom aan vaders kant zou bij de NSB hebben gezeten en een oom aan haar moeders kant, dus een broer van Gerrit, zelfs bij de SS.

Op 28 april 1945 wordt Gerrit Toerse om 10:15 ‘s ochtends herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Almelo (nu ‘t Groenedael). Na de bevrijding is Brummers dochter getuige hoe haar tante Grietje als kaal geschoren ‘moffenmeid’ samen met zo’n 20 andere vrouwen op een balkon moet paraderen. Op 19 mei wordt Chris Brummer op de Algemene Begraafplaats in Almelo begraven. Gerrits weduwe hertrouwt in september 1947 en zal met haar nieuwe echtgenoot nog 11 kinderen krijgen. Ook haar schoonzus Johanna, Brummers weduwe, hertrouwt. Beiden gaan wonen in de Spreeuwenstraat: Dine op nummer 140, Johanna op nummer 126. Eind november 1951 schrijft burgemeester van Almelo Jan Marie van Ravesloot in een brief aan de Oorlogsgravenstichting in Den Haag dat hij de straf van de vier gefusilleerde mannen afkomstig uit Almelo – waaronder Toerse en Brummer – niet in proportie vindt met de door hen gepleegde misdaden. “Naar aanleiding van Uw bovenvermeld schrijven deel ik U mede, dat van de door U genoemde personen G.H. ten Voorde en W.H.G.C. van den Heuvel door de Feldgendarmerie werden gearresteerd wegens zwarte handel, C.L. Brummer wegen rijwieldiefstal en G. Toerse wegen heling. Uiteraard staat de door de Duitsers op hen toegepaste maatregel in geen verhouding tot de door hen gepleegde misdrijven en moet dan ook in hun geval worden gewaagd van een ten offer vallen aan de Duitse terreur.”

Leer Gerrit Toerse kennen