Gerrit Luichies wordt op 9 augustus 1886 geboren in Bergentheim als zoon van landbouwer Berend Jan Luichies (Gramsbergen 1856) en Truite Stoeten (Hardenberg 1852). Hij heeft een oudere zus Geertje en broer Albert. Via de laatste is hij verwant aan Willem van der Sluis, die ook is gefusilleerd bij het Rademakersbroek. Willems schoonzus Arisje (getrouwd met zijn broer Antoon van der Sluis) is een dochter van Luichies’ broer Albert, dus een nichtje. Gerrit is opperman – assistent van een metselaar – en landbouwer. Op 28 juni 1929 trouwt hij, 42 jaar oud, met de twaalf jaar jongere textielarbeidster Elsje Kelder (Hardenberg 1898). Zijn familie en vrouw noemen hem “ome Gait”. Het echtpaar Luichies woont in Brucht (tussen Hardenberg en Bergentheim) in een gedeeld huis: Gerrit en Els in het voorste deel, een andere familie – Ekkel genaamd – achter. Ze krijgen geen kinderen en zetten zich in op hun werk en voor de Nederlands-hervormde kerk.

De oorlog

In de oorlog zit Luichies bij de Raad van Verzet. In mei 1943 begint hij met het helpen en verzorgen van onderduikers. Ook verspreidt hij het verzetsblad Trouw en bezit illegale wapens. Vanaf najaar 1944 zit Luichies bij de Binnenlandse Strijdkrachten, Gewest 4. Hij valt onder N.B.S.-commandant in Bergentheim Evert Schippers. Echtgenote Els weet na de oorlog niet veel van zijn illegale activiteiten: alleen dat haar man een wapen in huis had en op verzoek was toegetreden tot het verzet om mee te helpen bij de bevrijding. Op 12 januari wordt Luichies bij weduwe Meilink thuis in Bergentheim gearresteerd. Die dag worden meerdere mannen uit Hardenberg en omgeving opgepakt, omdat verzetsstrijders Albert Bols en Mans Schuurman de avond ervoor zijn doorgeslagen bij hun verhoor. Alle arrestanten worden afgevoerd naar Kamp Erika in Ommen. Luichies zijn weg eindigt – net als die van elf andere mannen uit de omgeving van Hardenberg – via het huis van bewaring in Almelo in De Kruisberg. Deze groep van 12 krijgt als bijnaam de Trouw-groep, omdat allen betrokken waren bij het verspreiden van deze illegale krant en op of rond 12 januari zijn gearresteerd. Tezamen worden zij op 27 april 1945 herbegraven in Bergentheim. Hun graven vormen een monument.

De familie Luichies-Van der Sluis is zeer treurig over het verlies van Gerrit en Willem. Arisje, die haar oom en zwager heeft verloren, moet niets meer van Duitsers hebben. Ze begrijpt niet waarom haar zoon nog op vakantie naar Duitsland zou gaan. Ook valt het bij haar helemaal niet goed dat de 46 mannen wellicht gefusilleerd zouden zijn, omdat de burgemeester van Varsseveld zijn eigen inwoners wilde sparen. De oorlog is voor de familie té erg geweest. In Bergentheim zijn er straten naar Gerrit Luichies en Willem van der Sluis vernoemd, net als naar andere leden van de Trouw-groep.

Leer Gerrit Luichies kennen