Op 29 december 1919 wordt Gerrit Jan Schutten in Enschede geboren als zoon van Herman Schutten (Hengelo 1888) – afdelingshoofd bij een textielfabriek – en Johanna Berendina Assink (Hengelo 1886). Het gezin telt twee kinderen.

De oorlog

In de Meidagen van 1940 is Schutten sergeant. Na de capitulatie heeft hij een handel in kruidenierswaren in Enschede. In maart 1943 gaat hij werken als ambtenaar bij de belastingen in Hengelo. Wanneer Schutten zich als onderofficier moet melden voor krijgsgevangenschap duikt hij onder bij goudsmid Bert Schaftenaar en zijn vrouw Dini in Harderwijk. Dit echtpaar heeft een juwelierswinkel op Markt 16, waar ze boven wonen. Schaftenaar is al vroeg betrokken bij de verspreiding van Vrij Nederland en de winkel is een dekmantel voor het verzet. Verzetsmensen vergaderen in de werkplaats en logeren er voor korte of langere tijd. Voorzichtigheid is geboden, want schuin tegenover de juwelier zit de Concertzaal, een ontspanningsplek voor de Duitsers. Schutten is een vriend van Schaftenaar en de verloofde van Dini’s zus Fredi ter Weer. Zij woont met haar ouders in Hengelo. Schutten raakt via Schaftenaar betrokken bij het verzet. Hij gebruikt de alias Geert Assink (de achternaam van zijn moeder) en is onder die naam ook gefusilleerd. Met Schaftenaar zorgt hij voor de verspreiding van Vrij Nederland in het noordwesten van de Veluwe, waarschijnlijk een regionale variant. Ook biedt hij hulp aan onderduikers en is betrokken bij koerierswerk, voor bijvoorbeeld koeriers- en inlichtingendienst Rolls Royce: een landelijk netwerk dat september 1944 wordt opgericht om de spoorwegstaking te omzeilen. Markt 16 is in het laatste oorlogsjaar postadres voor deze organisatie.

Begin 1945 rolt de SD echter de Rolls Royce-lijn Amersfoort – Zwolle op: hetzij door verraad, hetzij door loslippige medewerkers. Telkens volgt, arresteert en verhoort de SD weer een nieuwe koerier of posthouder, wat leidt tot de inval op een volgend adres. Op 15 februari 1945 worden Schutten, Schaftenaar, Dini en een inwonende luitenant thuis op Markt 16 gearresteerd. Via de Willem III-kazerne in Apeldoorn belanden Schutten en Schaftenaar in De Kruisberg en op 2 maart staan ze bij het Rademakersbroek. De luitenant overlijdt op transport naar Duitsland. Dini wordt uiteindelijk na gevangenschap in kamp Westerbork in het noorden van Nederland door de geallieerden bevrijd. Ze komt eind april terug in Harderwijk. Fredi en moeder Ter Weer fietsen op 1 mei vanuit Hengelo naar haar toe. Ze treffen Dini gezond aan en het weerzien is gelukkig en droevig tegelijk. Schaftenaar wordt op vrijdag 4 mei in Harderwijk begraven; Schutten op woensdag 9 mei in Enschede. Net als op Berts begrafenis zijn er op die van Jan veel bloemen en een krans van de Binnenlandse Strijdkrachten. Zijn baar is bedekt met de Nederlandse vlag en veel mensen willen hem de laatste eer bewijzen. Moeder Ter Weer schrijft in een brief eind mei: “En zo zijn wij van onze jongens af, waarvan wij zoveel hielden. Jullie kunnen je niet voorstellen wat of het is, te denken dat ze er niet meer zijn.” Dini Schaftenaar zet in haar eentje de winkel van haar man voort. Zus Fredi trekt eind mei ‘45 bij haar in als steun en om te helpen met het huishouden, terwijl haar zus de winkel en werkplaats runt. Fredi trouwt uiteindelijk met de Harderwijkse groenteboer Klaas van Stralen en krijgt twee kinderen.

Leer Gerrit Jan Schutten kennen