Op 13 november 1910 wordt Gerrit Jan Ormel geboren in Dinxperlo (De Heurne, Achterhoek) als zoon van landbouwer Wessel Ormel (Dinxperlo 1880) en Berendina te Rietstap (Wisch 1879). Hij is de oudste zoon van een gezin van negen kinderen: vijf meisjes en vier jongens. Eind jaren tien verhuist de familie naar Hardenberg in Overijssel. Ormel trouwt voorjaar 1938 met Ankeliena – Liny – van der Vinne (Gramsbergen 1915) en het echtpaar krijgt drie kinderen: Werner (1940), Ali (1941) en na Ormels dood in april 1945 Gerrie. Ormels vrouw is een jongere zus van buurvrouw Pietertje te Rietstap, getrouwd met Derk. Ormel en Te Rietstap zijn vanuit de Achterhoek sowieso verwant. De twee gezinnen wonen aan de Van Roijenswijk tussen Kloosterhaar en Bergentheim. In de oorlog gaan ze samen in de illegaliteit.

De oorlog

De boerderij van Te Rietstap is een centrum van verzet voor de omgeving van Bergentheim. Vanaf juli 1942 verricht Ormel illegale activiteiten en hij werkt hierbij nauw met zijn zwager samen. Beide gezinnen verbergen onderduikers: verzetslieden, mensen die aan de Arbeitseinsatz willen ontsnappen en Joden, die ze allen van bonkaarten voorzien. Buurtgenoot Geert Salomons (ook gefusilleerd) en Geert Theissens zijn bij hun activiteiten betrokken. Ze werken samen met de K.P., plannen sabotageacties en overvallen een distributiekantoor in Coevorden (20 juni 1944), waarna ze zich schuilhouden in de schuur van Salomons. Bovendien verspreiden ze het illegale blad Trouw, door koeriersters uit Groningen gebracht. Met drie jonge verzetslieden uit Harderwijk, die ook voor de Trouw-groep werken – ondergedoken bij Ormel, Te Rietstap en Salomons – overvalt Ormel op 29 juli 1943 het bevolkingsregister in Hellendoorn. De buit wordt vervolgens begraven op een akker in Balderhaar, in de buurt van de Van Roijenswijk en de Duitse grens.

Op 12 januari 1945 worden Ormel, Te Rietstap, Salomons en ten minste 5 andere verzetslieden uit de omgeving gearresteerd. Een patrouille uit Kamp Erika bij Ommen stopt als eerste bij Te Rietstaps boerderij en arresteert vervolgens Ormel. Hij heeft gezien dat er bij zijn buren iets aan de hand is, maar vlucht niet, omdat hij waarschijnlijk aanneemt dat er alleen naar onderduikers wordt gezocht. Ook het waarschuwend zwaaien van Te Rietstaps broer Jan ontgaat hem. Ormel wordt een kleine Volkswagen Kever ingeduwd, waarop zijn hond de bewakers aanvalt. Het dier wordt weggeschopt en zal na de dood van zijn baas wegkwijnen en overlijden. De zwagers worden in Kamp Erika tijdens verhoren zwaar mishandeld en krijgen bunkerstraf: Ormel drie dagen. Te Rietstaps voeten zullen er bevriezen en hij loopt een keelontsteking op. Daarna wacht het huis van bewaring in Almelo, waar vandaan Gerrit aan Liny schrijft: “Lief vrouwtje…als ik…‘s nachts eens wakker lag dan pakte ik jou in mijn armen. Ik hoop dat ik dat nog eens gauw weer doen mag en kan…Nu schat tot weerziens en er gebeurt niets zonder Gods wil.” De volgende ochtend – 21 februari – vertrekt Ormel naar De Kruisberg. Op zondagochtend 4 maart horen de gezinnen in Hardenberg en omgeving dat 12 van hun mannen zijn gefusilleerd. Op 26 april identificeren Jan Ormel en Arend Mulder hun lichamen in Varsseveld en een dag later worden de mannen met een gezamenlijke dienst op de begraafplaats van Bergentheim herbegraven. Liny is dan net bevallen van haar jongste kind Gerda Jantina, vernoemd naar haar man. Zij en Gerrit zullen in 1993 postuum worden onderscheiden door het Yad Vashem.

Leer Gerrit Jan Ormel kennen