Op 21 juli 1917 wordt Franciscus Leonardus Boks Scholten geboren in Den Haag, als onecht kind van Henriëtte Dreesens (Den Haag 1894) en Mr. L. Roodenburg Keunen, een advocaat uit Dordrecht. Zijn moeder trouwt in 1920 met Dirk van der Meijden (Den Haag 1898), adjunct-commies bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Leo krijgt een halfbroer Carel, maar in 1926 gaat het echtpaar uit elkaar. Leo’s moeder redt het niet alleen en overlijdt in de zomer van 1928. In september 1929 worden Boks Scholten en zijn halfbroer pleegkinderen van het echtpaar Dr. Berend Gerhardus Barthus Scholten (Terwolde 1882) en Cornelia Aartje Henriette Boks (Amsterdam 1885), die een boerderij op het eigen landgoed Hecla in Voorst bij Terwolde hebben. Boks Scholten wordt kweker en landbouwer.

De oorlog

In de oorlog woont en werkt Boks Scholten in Olst. Hij is lid van de knokploeg, beheert een munitie- en wapendepot in een bos bij Olst, heeft onderduikers, doet koeriersdiensten, smokkelt wapens, helpt bij het landen van geallieerde vliegtuigen, pleegt overvallen en aanslagen op spoorwegen. In 1943 wordt hij gevangen genomen, maar komt weer vrij. In oktober 1944 steekt Boks Scholten de IJssel over, omdat de SD hem op de hielen zit. Dan sluit hij zich aan bij de verzetsgroep van Gerhard Lovink in Vaassen, die overvallen pleegt op boeren die weinig of geen eten willen afstaan voor onderduikers en andere hongerige mensen. Zwarthandelaars zijn zeker de klos. Deze groep krijgt als bijnaam ‘de bende van Lovink’ en doet zich vaak voor als Landwachters (foute Nederlanders). De Nieuwe Apeldoornsche Courant spreekt op 28 maart 1945 van een “Veluwse roversbende”. Lovink geeft Boks Scholten een vals persoonsbewijs met de naam Leo Sluiters en een onderduikplek bij hem thuis. Op 10 februari 1945 worden Boks Scholten, Lovink en nog zo’n tien andere bendeleden in Vaassen gearresteerd. De beschuldiging is diefstal en roof en Leo en Lovink worden gezien als hoofddaders. De mannen worden verhoord op het politiebureau in Epe en daarna volgt de Willem III-kazerne in Apeldoorn. De Kruisberg is hun eindstation en beiden worden op 2 maart gefusilleerd aan het Rademakersbroek.

Boks Scholten laat zijn verloofde Barbara Hermina van Ommen uit Emst (Emst, 24 mei 1924) achter. Voor haar maakte hij een eigen boerderij op landgoed Hecla gereed. Op een zondagavond schreef hij haar een brief, waar deze citaten uit komen: “M’n geliefde Barbara, De hele dag ben ik thuis geweest. Vanwege het slechte weer geen bezoek gehad uit Terwolde… Je zult me wel verwacht hebben deze avond, maar ik vond ’t beter om hier te blijven. Donna heeft nog geen veulen en vind ik ’t onverantwoordelijk om weg te gaan… We hebben al strop genoeg dit jaar… Wij zullen later ook wel eens een slecht jaar krijgen, maar dan moeten we in de goeden maar wat apart leggen… In deze kamer wou ik later zitten, vind jij dat ook niet gezellig? Je zei de laatste keer, dat als je getrouwd was, je niet direct kinderen wilde hebben. Ik kan me dat wel indenken, je bent nog jong en het eerste jaar zullen we moeilijkheden genoeg hebben… Het is laat geworden m’n engel en ik ga een hazenslaapje doen. Ik hoop dat Donna wat opschiet. Een innige zoen van je L. die je altijd lief zal hebben.” Omdat Leo’s pleegouders tegen de verloving zijn zal Barbara op 4 mei 1945 onder een schuilnaam haar rouwadvertentie voor “mijn innig geliefde verloofde” plaatsen. Boven haar bericht staat de advertentie van de familie Boks Scholten. Barbara zal in 1952 trouwen met een Friese verzetsstrijder die tijdens de oorlog in Emst was ondergedoken. Het is een gelukkig huwelijk, maar ze zal Leo nooit vergeten. Ze bezoekt het monument aan het Rademakersbroek verschillende keren en spreekt regelmatig over hem.

Leer Franciscus Leonardus Boks Scholten kennen