Evert van Grevengoed wordt op 19 februari 1897 in Putten geboren als zoon van de arbeider Hendrik van Grevengoed (Ermelo 1847) en Metje Jansen (1862). Hij heeft vijf broers (drie ouder, twee jonger) en een zusje: Dirk (die rond 1910 naar Michigan in Amerika emigreert om daar in de Ford-fabriek te werken), Willem, Aart (1893), Jan (1899), Hendrik (1902) en Willempje (1904). Op Evert na overleven die allemaal de oorlog. Van Grevengoed woont ten zuiden van Putten, halverwege de weg naar Voorthuizen, aan wat nu de Bakkerweg heet. Hij heeft een klein boerenbedrijf met een stukje grond waar hij aardappels verbouwt en een paar biggen en kippen. Als vrijgezel woont hij samen met zijn moeder tot haar dood in rond 1939. Broer Hendrik woont vlakbij in de ouderlijke woning en Van Grevengoed eet elke dag tussen de middag warm bij zijn jongere broer Jan en diens gezin, die op 10 minuutjes lopen woont. Jans vrouw en oudste dochter maken Everts huis regelmatig schoon. Zijn jongere nichtje en neefje spelen dan in het huis of op het erf. Evert is veel thuis. Hij is een rustige man met een klein snorretje. Plaatsgenoot en verzetsman Ben Westerveld beschrijft hem na de oorlog als “een eenvoudige ongetrouwde boer, met een keiharde kop” (bron: Th. A. Boeree, Het verzet op de Veluwe, deel 2).

De oorlog

In de oorlog gaat een groot deel van de familie Van Grevengoed in het verzet. Bij zijn broer Jan zitten Joden ondergedoken en Van Grevengoed is lid van de Raad van Verzet en vanaf augustus 1944 zit hij bij de Binnenlandse Strijdkrachten, district Harderwijk. Bij betrouwbare kennissen haalt Evert distributiebonnen op die over zijn, om daarmee onderduikers te helpen. Als een Duitser op een dag vlakbij huis zijn fiets vordert weigert hij dit resoluut, wat hem op een trap komt te staan, maar het rijwiel blijft behouden. In het buitengebied tussen Putten, Nijkerk en Voorthuizen opereren meerdere kleine verzetsgroepen, die betrokken zijn bij wapendroppings, net als Van Grevengoed. Hij is vooral actief in het buurtschap Gerven en heeft bij zijn boerderijtje in een gat in de grond veel wapens verborgen. Ook zijn motor begraaft bij, om die uit handen van de Duitsers te houden. “Bij Van Grevengoed waren alle wapens van de groep opgeslagen en dat was geen klein beetje,” aldus zijn toenmalige buurvrouw Nellie Oosterbroek (bron: Th. A. Boeree). Want Van Grevengoeds buurman is de in Putten leidende CPN-verzetsman Piet Oosterbroek. Zijn groep gaat na Dolle Dinsdag samen met die van burgemeesterszoon en Rademakersbroek-slachtoffer Henri van Geen. En zo is Oosterbroek betrokken bij de aanslag op 30 september, die tot de grote razzia van Putten zal leiden en meer dan 550 mannen het leven kost. Oosterbroek zelf wordt in december 1944 verraden en zwaar verwond in een vuurgevecht, dat hem voorgoed invalide maakt.

Eind januari 1945 ziet Westerveld de beruchte SD uit Apeldoorn bij Van Grevengoeds huis, terwijl deze zelf naar de markt is. Hij waarschuwt Evert, maar die ziet zelf het gevaar niet. Hij slaapt een nacht bij zijn broer Jan, maar keert al gauw terug naar huis om de kippen te voeren. Westerveld haalt de wapens zes dagen na het bezoek van de SD weg, maar die keren de dag daarop – 6 februari – vroeg in de ochtend terug. Ze vinden niks, maar toch wordt Van Grevengoed gearresteerd. Zijn buurvrouw beschrijft: “Hij toonde zich eerst slim-verheugd dat zij niets konden vinden, maar hij werd toch meegenomen…met op de rug gebonden handen en met opgetrokken benen, die eveneens waren gebonden, op een kar”(bron: Th.A. Boeree). Zijn schoonzus is getuige dat hij met een lap over zijn gezicht achterin een auto ligt, die onder een boom wordt geparkeerd, terwijl de SD zijn huis leeg rooft en in brand steekt, net als de woning van Oosterbroek. Evert zou zijn verraden. Omstanders hebben bij de SD in de auto een bleke man zien zitten: wellicht Berend Dijkman, alias Piet van de Veluwe, voormalig commandant van de brigade Veluwe bij de Raad van Verzet. Die was in november 1944 gearresteerd, waarbij ook zijn geheime archief werd gevonden. Dijkman zou beide woningen hebben aangewezen. De arrestatie heeft een grote impact op de familie. Broer Jan is bang dat zijn huis het volgende doelwit van de SD zal zijn. Maar Van Grevengoed laat bij zware verhoren geen woord los. Zoals zijn buurvrouw na de oorlog verklaart: “Volgens medegevangenen is hij zwaar mishandeld, maar hij heeft gezwegen” (bron: Th.A. Boeree). Ook zijn familie heeft gruwelijke verhalen over hem gehoord. Uiteindelijk belandt Van Grevengoed in De Kruisberg en staat op 2 maart bij het Rademakersbroek. Thuis vernemen ze pas veel later, als Putten allang bevrijd is, dat hij is overleden. Zijn stoffelijk overschot wordt op 4 mei 1945 samen met Rademakersbroek-slachtoffers Henri van Geen (ook uit Putten), Luther Kortlang (Ermelo), Wouter van Dam (Harderwijk) en Bert Schaftenaar (Harderwijk) uit Varsseveld opgehaald. Evert en Van Geen worden naast elkaar begraven op de Oude Gemeentelijke Begraafplaats (nu Oude Algemene Begraafplaats) van Putten. Naar Van Grevengoed wordt in het dorp een hofje vernoemd. Piet Oosterbroek blijft contact houden met de familie. Hij geniet na de oorlog als voormalig verzetsman veel aanzien in het dorp.

Leer Evert van Grevengoed kennen