Op 19 april 1920 wordt Cornelis Joan – Kees – Louwerens in Amsterdam geboren, als oudste zoon van koopman en handelsagent Jan Louwerens (Brielle 1875) en zijn tweede, vijftien jaar jongere in Antwerpen geboren echtgenote Elisabeth Gabriella Josephina Versteeg (1890). Door het beroep van vader beweegt het gezin beweegt zich tussen Nederland en België. Kees heeft een jongere broer en zus: Kleis Jan (1922) en Elisabeth Theodora – Elly – (1925), die beiden in Den Haag worden geboren. Eind 1926 scheiden zijn ouders. Moeder vertrekt in juni 1926 met de kinderen richting Haarlem, maar vanaf 1930 zijn ze weer terug in Den Haag. Vader Louwerens woont in de jaren dertig afwisselend in Den Haag en Brussel. Lente 1939 is Maastrichtsestraat 41 in Scheveningen Kees zijn adres.

De oorlog

In de oorlog werkt Louwerens als ambtenaar bij het Departement van Justitie en is bevriend met Wim Gerritsen, die bij de PTT werkt en ook in Scheveningen woont, totdat zijn familie in mei 1941 naar Leidschendam vertrekt. In november 1943 verhuist het gezin Louwerens naar Voorburg, Park Leeuwestijn 57, waarschijnlijk voor de bouw van de Atlantikwall. In de Hongerwinter besluiten de twee vrienden dat ze het einde van de oorlog niet langer willen afwachten, maar dat ze zich actief bij geallieerden willen aansluiten om te helpen Nederland te bevrijden. Op nieuwjaarsdag vertrekken Kees en Wim op de fiets naar Dordrecht en vandaar richting Opheusden in Gelderland. De jongens slapen onderweg bij een boer in het stro en bij een schoenmaker, waar midden in de nacht hun bedden door Duitse soldaten worden gevorderd. Bij de brug naar Zaltbommel is het gedreun van zware artillerie zeer goed te horen. Er is veel meer eten dan thuis in Voorburg: erwtensoep, pas geslacht varken, pap, spek en appelmoes. In de nacht van 7 op 8 januari proberen de mannen langs Kesteren naar Opheusden en bevrijd gebied te crossen. Ze laten hun fietsen achter en lopen door weilanden die onderwater staan. Uiteindelijk zien ze een boerderij in de verte, maar daar aangekomen spreekt een Duitse wacht hen aan. Louwerens en Gerritsen worden gearresteerd en zwaar verhoord door de SD in Velp. Beiden krijgen het stempel Todeskandidat. Op 7 februari zitten de twee vrienden opgesloten in verschillende cellen in De Kruisberg. Ze zien elkaar alleen bij het luchten, maar dan mag er niet worden gepraat.

De families in Voorburg en Leidschendam hebben via via gehoord dat de jongens zijn gearresteerd en verhoord in Velp, maar het bericht dat Kees en Wim begin maart zijn gefusilleerd heeft hen niet bereikt. Na de bevrijding wordt er daarom reikhalzend naar de thuiskomst van Louwerens en Gerritsen uitgekeken. Pas in juli komt als donderslag bij heldere hemel het nieuws dat ze beiden niet meer leven. In oktober 1945 bezoeken de twee moeders samen het graf van hun zoons in Varsseveld. Uiteindelijk worden ze naast elkaar op Ereveld Loenen begraven.

Leer Cornelis Joan Louwerens kennen