Op 29 maart 1913 wordt Christiaan Lambertus Brummer in Almelo geboren als jongste zoon van spinster Grietje Kuik (Hollandscheveld, Drenthe 1883) en opperman (assistent van een metselaar) Christiaan Lambertus Brummer (Oldenzaal 1876). Zijn ouders zijn in 1900 getrouwd. Grietje is op dat moment 17 en zwanger van Brummers oudste broer. Het gezin is Nederlands-hervormd en telt zes jongens en drie meisjes. In 1924 scheiden zijn ouders en ze zullen beiden hertrouwen. Brummer is grondwerker en huwt in de jaren dertig Anna Toerse (Almelo 1916). Het echtpaar woont aan de Vriezenveenseweg 84 in Almelo, in een groot, wit huis waar meerdere gezinnen wonen. Ze krijgen in de eerste jaren van hun huwelijk drie kinderen: Grietje (23 april 1936), Gerrit Jan en Lucas. Brummer werkt op dat moment als spitter voor de werkverschaffing door de overheid in crisistijd. Het is mogelijk dat hij mee heeft helpen graven aan het Twentekanaal dat in 1930 begint. Met zijn zwager Gerrit Toerse zal hij bij het Rademakersbroek worden gefusilleerd.

De oorlog

In de oorlog krijgen Brummer en zijn vrouw nog twee kinderen, maar die overlijden snel. Dochter Jennigje wordt in oktober 1940 geboren en sterft op 2 mei 1941. Zoon Christiaan Lambertus leeft slechts van zijn geboorte in augustus tot 13 september 1943. Brummer werkt als straatveger bij de toenmalige gemeentereiniging. In het laatste oorlogsjaar woont er een Duitse soldaat (waarschijnlijk gedeserteerd) in hetzelfde gebouw als het gezin. Deze militair heeft een relatie met Brummers jongste zus Grietje, die op 20 december 1944 scheidt van textielarbeider Willem Jan Tjeert Hoogstraten uit Enschede, met wie ze op 8 april 1937 was gehuwd. Grietjes verkering vordert op straat op eigen houtje verschillende goederen, zoals een fiets die hij aan Chris geeft. Die verkoopt het rijwiel door aan zijn zwager Gerrit Toerse. Als de relatie uitraakt gaat Grietje, vanwege een verbroken trouwbelofte en/of zwanger, naar de Duitse autoriteiten. Vervolgens worden Toerse en Brummer vermoedelijk in december 1944 beiden gearresteerd: de eerste voor heling, de tweede voor rijwieldiefstal. Als de SD Brummers huis binnenvalt verstopt hij zich vergeefs onder het bed. De mannen vinden bovendien een kast vol etenswaren – boter en leverworst – waar Brummers moeder zwart in handelt. Ze pakken Chris hardhandig op en dochter Grietje rent hun boos achterna. Voor ze in De Kruisberg belanden worden Toerse en Brummer gevangengezet in het huis van bewaring in Almelo. Beiden zouden niks met het verzet te maken hebben gehad. Een van Chris’ broers zou lid zijn geweest van de NSB. De families weten dat Grietje Brummer ze heeft verraden.

Na de bevrijding is Brummers dochter getuige hoe haar tante Grietje als kaal geschoren ‘moffenmeid’ samen met zo’n twintig andere vrouwen op een balkon voor de menigte moet paraderen. Op 19 mei wordt haar vader op de Algemene Begraafplaats in Almelo (nu ‘t Groenedael) begraven, naast Rademakersbroek-slachtoffer Gerhardus ten Voorde. Zijn weduwe zal na de oorlog hertrouwen met weduwnaar Marinus Slots, die zelf al zeven of acht kinderen heeft. Anna zal met hem nog vier kinderen krijgen. Het gezin Slots woont op Spreeuwenstraat 126. De in 1947 hertrouwde weduwe van Gerrit Toerse vestigt zich op nummer 140. Dochter Grietje heeft door de oorlog haar favoriete ouder, “een lieve, zachtaardige man,” verloren en wil geen andere vader. Ze kan het niet goed met haar strenge, nieuwe stiefvader vinden, die bovendien moeite zou hebben zijn handen thuis te houden. Daarom trekt Grietje als enige van het voormalige gezin Brummer in bij haar tante Jenny Lucas-Toerse, die een tweede moeder wordt. Haar eigen moeder zal in 1957 zelfs niet bij haar huwelijk aanwezig zijn. Vaders oudere broer Albert is Grietjes voogd. Bij hem thuis hangt na de oorlog een fotootje van Chris en Gerrit. Jongere familieleden krijgen alleen te horen dat ze door de Duitsers zijn gefusilleerd. Verder wordt er over drama niet veel gesproken of het is wat geheimzinnig, omdat er sprake is van verraad. Eind november 1951 schrijft burgemeester van Almelo Jan Marie van Ravesloot in een brief aan de Oorlogsgravenstichting in Den Haag dat hij de straf van de vier gefusilleerde mannen afkomstig uit Almelo – waaronder Brummer en Toerse – niet in proportie vindt met de door hen gepleegde misdaden. “Naar aanleiding van Uw bovenvermeld schrijven deel ik U mede, dat van de door U genoemde personen G.H. ten Voorde en W.H.G.C. van den Heuvel door de Feldgendarmerie werden gearresteerd wegens zwarte handel, C.L. Brummer wegens rijwieldiefstal en G. Toerse wegens heling. Uiteraard staat de door de Duitsers op hen toegepaste maatregel in geen verhouding tot de door hen gepleegde misdrijven en moet dan ook in hun geval worden gewaagd van een ten offer vallen aan de Duitse terreur.” Dochter Grietje bezoekt haar vaders graf nog steeds.

Leer Christiaan Lambertus Brummer kennen