Op 11 januari 1898 wordt Albert Timmerman geboren in Gramsbergen als zoon van arbeider en boer Hendrik Jan Timmerman (Hardenberg 1860) en Jennigje Espeldoorn (Hardenberg 1869). Het gezin is gereformeerd. Albert is de tweede van zes kinderen, maar de anderen overlijden zeer jong. Ook zijn moeder sterft in 1904 vlak voor zijn 7e verjaardag. Het gezin woont dan in Brucht. Vader hertrouwt binnen het jaar met een weduwe met drie dochters, maar zal scheiden als Albert 13 is. Timmerman trouwt in juni 1926 met Zwaantien Waterink (Hardenberg 1901). Hij is boer, het echtpaar woont in Bergentheim en krijgt twee kinderen: Jennigje (1927) en Hendrik Jan (1930).

De oorlog

In de oorlog zit Timmerman bij de Trouw-groep en geeft hulp aan piloten. Bovendien heeft hij een wapendepot voor de bij Stegeren gedropte wapens. Hij zit bij het RVV en de Binnenlandse Strijdkrachten in Bergentheim district Salland onder leiding van commandant Evert Schippers. Timmerman werkt onder andere samen met Albert Bols, Mans Schuurman en Gerrit Griemink.

Op 12 januari – de dag na zijn 47e verjaardag – wordt hij gearresteerd en naar Kamp Erika gebracht, net als een reeks andere verzetsstrijders uit de omgeving van Hardenberg. Albert Bols en Mans Schuurman zijn namelijk de dag ervoor betrapt bij het opruimen van papieren in de pastorie van dominee Dijkhuis (ook in het verzet). Ze konden ontsnappen, maar moesten hun fiets met adresplaatje achterlaten en werden zo toch gearresteerd. Tijdens zwaar verhoor in Kamp Erika zijn ze doorgeslagen. Timmerman is een van de 12 mannen uit de omgeving van Hardenberg die uiteindelijk gefusilleerd zal worden bij het Rademakersbroek. Al deze arrestanten worden na gevangenschap in Kamp Erika vastgezet in het huis van bewaring in Almelo. Op 21 februari wacht De Kruisberg. De groep zal op 27 april samen in Bergentheim worden herbegraven. De 12 graven vormen een monument.

Leer Albert Timmerman kennen