Albert Bols wordt op 19 december 1909 geboren in Bergentheim als zoon van veenarbeider Berend Bols (Steenwijksmoer, Drenthe 1886) en Geertje Kruithof (Ommen 1888). Hij is de oudste van zes kinderen. Bols woont in Bergentheim en is daar controleur bij de plaatselijke bureauhouder van de Landbouw Crisis Organisatie: in 1933 opgericht door het Ministerie van Landbouw vanwege het stopzetten van de import van vlees- en zuivelproducten door Duitsland, waardoor overproductie dreigde. De LCO – verdeeld in Provinciale Crisis Organisaties – voert maatregelen uit om dit voorkomen. In de zomer van 1939 gaat veevoer op de bon en in de oorlog moet de levering van brood, boter, kaas, suiker en vlees aan grossiers worden verzorgd. Ieder jaar op 1 januari krijgen boeren een aanslag om verdeeld over het jaar een hoeveelheid voedsel te leveren. Als opzichter controleert Bols dit en bestrijdt zwarte handel.

De oorlog

Bols is een van de twaalf mannen uit Hardenberg en omgeving die samen bij het Rademakersbroek zijn gefusilleerd: de zogenaamde Trouw-groep. In de oorlog is hij lid van de Raad van Verzet en de Binnenlandse Strijdkrachten. Samen met zijn collega Mans Schuurman – ook gefusilleerd bij het Rademakersbroek – is Bols betrokken bij hulp aan onderduikers, de illegale distributie van bonkaarten, wapenvervoer en verspreiding van de illegale krant Trouw. Hij fietst door de omgeving van Bergentheim, houdt in de gaten wat er gebeurt en biedt mensen zijn hulp aan. Zo betrapt Bols een keer een bekende – Frits Luisman, die is ondergedoken voor de Arbeitseinsatz – op het maken van een schuilplaats. Deze schrikt enorm, maar Bols vraagt hem om even te komen praten. Luisman vertelt: “Toen we met zijn tweeën waren, zei hij dat ik voor hem niet bang hoefde te zijn, omdat wij elkaar zo goed kenden. Bovendien mocht ik altijd een beroep op hem doen als ik in moeilijkheden zou komen. Nadat hij dit verteld had, was voor mij het ijs gebroken; ik wist nu dat Bols aan de goede kant stond.” (bron: Met onvergetelijke moed: Oorlog, verzet en bevrijding in Noord-Oost Overijssel, 2005, p. 40).

Op 11 januari 1945 wordt Bols samen met Schuurman gearresteerd. Die dag is de SD op zoek naar de Nederlands-hervormde dominee Kees Dijkhuis uit Bergentheim, die tijdig zijn pastorie ontvlucht. Bols besluit samen met Schuurman gauw verdachte papieren bij Dijkhuis thuis op te ruimen. Helaas worden ze verraden door een plaatselijke NSB’er en vallen leden van het Duitse Kontrollkommando uit Kamp Erika in Ommen de pastorie binnen. Bols en Schuurman weten te ontsnappen, maar ze moeten hun fietsen met adresplaatjes achterlaten, waardoor ze zeer makkelijk te vinden zijn. Om 22:00 ’s avonds wordt Bols gearresteerd. Daarna Schuurman. Ze worden vastgezet in Kamp Erika en bij verhoren zwaar mishandeld, net zolang tot ze de namen van andere verzetslieden uit de omgeving van Hardenberg en Bergentheim prijsgeven. Via het huis van bewaring in Almelo, belanden Bols en Schuurman in De Kruisberg. Samen met 10 andere mannen uit Hardenberg en omgeving worden ze op 2 maart bij het Rademakersbroek gefusilleerd.

Leer Albert Bols kennen